Ik zie mezelf niet als een doorgewinterde voetbalhater, heus niet.
Hier thuis vinden wij het best knap van de Nederlandse voetballers dat ze tweede zijn geworden op het wereldkampioenschap. Dat de maatpakettertjes en hun gevolg gelauwerd worden omdat ze hun werk goed doen vinden we een beetje gek. Dat daarvoor het dagelijks leven in onze stad een week geleden grotendeels in de war werd geschopt, wakkerde een ergernis-die-kan-uitmonden-in-zware-en-kloppende-haat aan. Om de kans op hartklachten of scheurende nekslagaders te verkleinen, plande ik een onvermijdelijke trip op die bewuste dinsdag naar een kinderschoenenwinkel zorgvuldig. Ruim voor de huldigingsongein aan zou vangen, zou ik te voet met de oudste dochter naar de winkel gaan, Amstel en grachten zorgvuldig mijden evenals het Museumplein en haar omgeving, om daar de o zo hippe sandalen aan te schaffen- de jezusnikes, de kurkzolen monsters die in mijn jeugd alleen door macrobiotische brandneteltheemutsen en geschiedenisleraren mét geitenwollen sokken werden gedragen.
Weken van onderhandeling (eufemisme voor tergend gejengel harerzijds versus dreigementen/sancties mijnerzijds) passeerden voordat Cato zich erbij neer wilde leggen dat de slippervariant niet aan haar voetjes zou prijken. Slippers zijn voor strand- en badgelegenheden en worden door mij niet als serieus schoeisel erkend. Soit dat de hele school er op loopt. Soit dat ongeveer 70% van de stad er op loopt. Ik geloof niet blind in het gezonde verstand van de massa.
Als je acht bent begin je zo’n moeder al tamelijk vervelend te vinden en ik kijk uit naar soortgelijke fitties die zeker en vast gaan volgen.
Maar uiteindelijk werd dit meningsverschil nog vrij soepel geslecht omdat haar sjiekdefriemel sandaal van Italiaanse makelij het begaf en gympen tijdens de recente tropenweken erg warm blijken.
Hoe ik het toch steeds vergeet, dat geplande dingen eigenlijk altijd anders lopen… Mijn kinderen bevonden zich niet op hun resp. buitenschoolse opvang en creche.
Op maandag wist mijn oudste haar vader ervan te overtuigen om nog even bij haar enige en lievelingstante langs te gaan. Dit ontaardde in een logeerpartij. Niks even snel eerst alleen mijn sandaalbehoeftige kind ophalen, sandalen scoren en huiswaarts…. maar afreizen naar Oost om daar met pijn en moeite mijn beider stuks kroost los te pulken. De met zorg uitgezochte winkel is vanaf Oost niet makkelijk bereikbaar en het openbaar vervoer ligt door het huldigingsgedoe nagenoeg plat. Omdat ik grondig voorwerk heb verricht weet ik in dat er in de Kalverstraat een winkel is die niet alleen de alom verkrijgbare slippervariant verkoopt, maar ook de degelijke sandaal. We bereiken tamelijk ontspannen de Kalverstraat. Helaas, de winkel is al gesloten. Alle winkels sluiten ruim voor sluitingstijd door het huldigingsgedoe. Waarschijnlijk uit angst voor plunderend huldigingsgepeupel. Leuk, zo’n feestje.
Inmiddels heeft mijn oudste dochter zich toch wel verheugd op de nieuwe sandaal, er al een kilometer of 4 voor gelopen, terwijl haar zusje nog altijd snurkt in de buggy. We moeten dus door.
Oranje gelal zwelt aan. We moeten rap de stad uit, richting West. Doodvermoeid en in het voorstadium van gelaten opgeven sjokt Cato achter mij aan. Naar huis lopen redt ze niet meer. Onze enige optie is naar de tram die nog wel rijdt en toevallig ook nog eens langs de winkel waar we vorig jaar de bewuste degelijke sandalen hebben gekocht. Een ijsje en een drankje verder, maar we zijn er. Cato ploft neer en het meisje van de winkel draagt de kleuren die in haar maat voorradig zijn aan. Mijn jongste, wakker geworden bij het ijsje, ontpopt zich tot een gretige schoenenfreak. Alles wat haar maat lijkt, is begerenswaardig. Ik kan niet meer. De poef waarop ik zit is nu alles wat ik nodig heb.
Fufuzelagezoem. Gescandeer van slecht verstaanbare leuzen. De Bilderdijkstraat kleurt oranje. Intussen heeft Rifka een belachelijk verzameling schoentjes om zich heen verzameld. Mijn voeten branden maar ik moet gaan ingrijpen. Dus in de benen. In mijn hoofd tel ik tot drie voordat ik me overeind hijs.
Dan zie ik dat er een ontevreden Amsterdam-Zuidwijf nors mijn kant op kijkt.
Geërgerd gebaar ik met mijn hoofd de ‘wat-nou?’ naar haar.
Op dat zelfde moment dringt het tot me door. Ik kijk in een spiegel.
Het ontevreden Amsterdam-Zuidwijf ben ik. Ik ‘wat-nou?’ naar mezelf. Volkomen wazig en van slag reken ik af. Cato is dolblij met haar witte hoogglans gezondheidssandalen. Rifka’s naald blijft hangen op de mededeling dat ze thuis ook birkenborstjes heeft. In de tram is nog een bankje vrij en klam en moe staren we voor ons uit. De omweg, het gelal, de zwetende huldigingslichamen, de bierlucht en de luidruchtig Brabantse lolligheid wordt door mijn kroost met verbazing gadegeslagen. Mij bereikt het niet helemaal. Ik zag mezelf zoals vreemden mij dus zien. Brrrrrr.
Tags:birkenstock, huldiging, museumplein, oranje, sandalen, slippers, spiegel, wk