Het laatste rapport van mijn oudste kun je zonder overdrijven matig noemen. En ik weet dat ze beter zou kunnen. Als ze zou willen.
Een beetje ouder spreekt vandaag de dag in zo’n geval dan graag over ‘onderpresteren’ en ‘niet genoeg uitgedaagd worden’.
Allemaal leuk en aardig, maar mijn dochter houdt nou eenmaal erg van kletsen, grapjes maken, klooien, krabbelen, afraffelen en iets minder van volharden als iets niet meteen vanzelf komt aanwaaien. Uitgezonderd jengelonderwerpen, vanzelfsprekend.
Ze is trouwens pas 8, dus ik verwacht niet dat ze op korte termijn inziet dat een gebrek aan zelfwerkzaamheid verderop in het leven vervelende gevolgen zou kunnen hebben.
Vandaar dat ik met modern verpakte ouderwetse methodes het meisje tot enige discipline probeer te bewegen. Er wordt hier wat afgechanteerd. Op een positieve manier natuurlijk. Want straffen werkt minder dan belonen, zegt men. Dus heb ik alles wat ze leuk vindt tot een beloning gemaakt. Lees afgepakt. Bij het behalen van krullen en punten, wordt ze beloond met zaken die eerst tot het basispakket behoorden. U voelt her en der vast grotemensen-parallellen, maar daar gaat het nu niet om. Het werkt wonderwel goed. Broodtrommels verschijnen keurig op het aanrecht. Vieze sokken tref ik in de wasmand aan en eindeloos waarschuwen bij zusterconflicten behoort bijna volledig tot het verleden.
De onderpresterende dochter heeft het trucje heus wel door maar kan niet anders dan zich erbij neerleggen. Het niet-zeuren levert namelijk een toetje op.
Archief | oktober, 2010