Teenzicht

26 apr

Bij de eerste schamele zonnestralen knalt Nederland naar buiten. Motorfietsen en dakloze autootjes worden vrolijk filerijdend uitgelaten over dijkjes en over druk befietste landweggetjes. Mal maar zelden hinderlijk.
En in parken, op terrassen of aan zee stranden lillende bovenarmen, mintgroene kuiten, ontblote sportschool bovenlijven en
decolletés craquelés neer. In opmars naar de avond; steevast barbeknoeien met vrienden. Allerhandes en smulweb zijn al driftig geraadpleegd. Vlees noch vis dingen uit Sint Jacobsschelpen badderen dagen van tevoren al in een mengsel van kleinbladige basilicum en limoenolie of in een west-Bengaalse oranje curry. Daar wil ik van af zijn. Cherrypaprikaatjes worden gevuld met kalfswang om zij aan zij gespiesd te worden met wilde anasjes uit Zimbabwe. En het last minute barbeque-laisserfaire-type neemt genoegen met een kant-en-klaar brbq schotel en sausjes uit een potje. Het kan mij niet snel genoeg gestolen worden. Want uiteindelijk resulteert het die avond allemaal in dezelfde verschroeide etensgeuren. Maar door ramen en deuren gesloten te houden, kan ik me net genoeg aan deze traditie onttrekken.
Ook de hooikoorts, de zure zweetwalmen en het ijsgejengel van mijn kinderen, ik noem het slechts onprettige bijkomstigheden van mooi weer. Onprettigheden die ik kan missen hoor, daar niet van.
Maar zodra Helga of Erwin blijmoedig lenteweer beginnen aan te kondigen, slaat de schrik mij wegens iets heel anders om het hart: Birkenstocks. Slippers en sandalen. Een jammerlijk aanhoudende factor in het Nederlandse mooi-weer modebeeld.
Niet zozeer het oude imago van het lelijke stuk schoeisel maar de onvermijdelijkheid van blik op tenen brengt mij compleet van mijn stuk.
God nee, was het maar waar dat het kurkgedrocht nog werd gedragen zoals degelijke wiskunde- en biologieleraren dat vroeger deden: met een geitenharen sok.
Als een wrak ga ik nagelbijtend en trillend de openbare ruimte in sinds de Birkenstock hip is. Vreselijk hoe deze mode werkt, iedereen gaat van huis met ontblote voeten. Iets dat in het pre-Birkenstock tijdperk echt een minder frequente likdoorn in mijn oog was.
Al sinds ik mij kan herinneren gruwel ik bij de aanblik van teennagels. En tot een paar jaar terug kon ik, wel middels ernstig mijn best te doen, teenzicht

de enige manier als, je het mij vraagt

op het terras ontwijken. Maar het kon tenminste. Ongeveer de helft van een willekeurig terras droeg toentertijd nog voetbedekkend schoeisel. Vandaag toont zeker 90% van de bezoekers mij zijn of haar tenen. En zoals een wiskundeleraar mij ooit op geitenharen sokken in Birkenstocks bijbracht: mijn leed is exponentieel toegenomen en niet slechts met 40%.

Geef een reactie

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log Out / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log Out / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log Out / Bijwerken )

Verbinden met %s

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.